Ik via de ander

een voorstelling & podcast van Paul Röttger

 

Ik via de ander is de theatervoorstelling die vanaf oktober 2020 t/m februari 2021 te zien is bij Theater Babel Rotterdam. Maar liefst 28 spelers van Babel laten zich op hun kwetsbaarst zien. Ze spelen monologen over zichzelf, via de blik van een ander.

 

Regisseur Paul Röttger interviewde van elke speler een familielid over geboorte, jeugd, het leven van de speler en hun onderlinge band. Samen met schrijver Erik Ward Geerlings werkte Paul deze interviews uit tot monologen.

Als bezoeker aan de voorstelling hoor je enkele van de 28 verhalen, het zijn er echter zoveel, dat je ze nooit allemaal kunt zien en horen.
 

Het zijn mooie, soms gruwelijke verhalen geworden die het allemaal verdienen om gehoord te worden. Daarom wilden we in deze Corona tijden d.m.v.  een podcast iedereen de mogelijkheid geven om de verhalen over onze spelers te horen.

Het inclusieve werk en onderzoek van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door: 

Stichting Doen, de Gemeente Rotterdam, stichting Bevordering van Volkskracht, Kickstartcultuurfonds, stichting Pameijer, het VSB fonds, het NSGK en HandicapNL.

 
affiche comp.png

Ondanks Corona dicht bij de ander

een interview met Paul Röttger
door Willem Pekelder

De coronacrisis bracht regisseur Paul Röttger van Theater Babel Rotterdam op een bijzonder idee: acteurs vertellen verhalen van een ander over henzelf. ‘Ik via de ander’ heet het stuk. “We hebben de ander nodig om onszelf te worden.”


Paul Röttger (66) liep al jaren met de gedachte rond: familieleden van spelers interviewen óver die spelers, en die verhalen vervolgens laten vertellen aan het publiek. Waarom die ‘omweg’ via de ander? Omdat, zegt Röttger à la Levinas, je de ander nodig hebt om jezelf te zien of te worden.


Geheel in de geest van corona wordt de ondertitel van het stuk ‘hoe je ondanks anderhalve meter toch heel dicht bij een ander kan komen, en soms bij jezelf’.

Röttger: “Door de verplichte social distancing zijn we letterlijk en figuurlijk verder van elkaar af geraakt. Maar dankzij onze voorstelling kun je toch weer dichter bij de ander komen. De speler deelt met het publiek zíjn verhaal, bezien door de bril van de ander. Zo ben je elkaar nabij. Juist in deze tijd is dat heel belangrijk.”


Theater Babel Rotterdam is een inclusief gezelschap met dertig acteurs, van wie de helft met een beperking, en van alle dertig werd telkens één familielid geïnterviewd.

Nou ja, eigenlijk van vijfentwintig, want voor drie acteurs kwam het idee te dicht bij. Röttger: “Ik heb vaders geïnterviewd, moeders, broers, zusters, en ga zo maar door. Iedere keer was de vraag: hoe zie jij de betrokken acteur, wat valt je aan hem/haar op, wat is je van hem/haar bijgebleven? De familieleden zijn door de acteurs zelf gekozen, en theatermaker Erik Ward Geerlings heeft van mijn interviews vervolgens mooie monologen gemaakt. Die zijn ten slotte voorgelegd aan de familie én de spelers met de vraag: kunnen we dit zo opvoeren? Als er uit die zevenentwintig monologen in totaal tien zinnen zijn verwijderd, is het veel.”


Over de inhoud van het vertelde wil Röttger niet al te veel verklappen, maar de verhalen hebben grote indruk op hem gemaakt.

“Wat me opviel, was dat er vaak veel liefde heerste in het gezin, maar soms ook enorme pijn. Veel trauma’s door fysiek en emotioneel geweld. Daarbij maakte het niet uit of het om een acteur ging mét of zónder beperking. Van sommige verhalen raakte ik in de war. Maar de meeste interviews waren positief. En het leuke is: je leert niet alleen de acteurs beter kennen, maar ook de gezinnen waar ze uit voortkomen, en de tijdgeest. De drie acteurs voor wie het concept te intiem was, heb ik daarover geïnterviewd. En die monologen vertel ik zelf.”


Vanaf de première van ‘Ik via de ander’, geven de acteurs hun monoloog ten beste. Die begint altijd hetzelfde: ik ben die en die, en vertel het verhaal van mijn broer/zus/vader/enz. over mezelf. Op die manier zullen de bezoekers in anderhalf uur tijd een unieke selectie monologen te horen krijgen.


Terugblikkend denkt Röttger dat de ander steeds de rode draad is geweest in zijn toneeloeuvre.

“Mijn eerste productie voor het Rotterdams Centrum voor Theater, zoals Babel toen nog heette, was getiteld ‘De anderen’, en handelde over de vervolging van homo’s in de Tweede Wereldoorlog. Die voorstelling was zo’n dertig jaar geleden. Ons laatste stuk draaide ook om de ander en het anders zijn: de transgender Jessica. Ik ben me altijd zeer bewust geweest van de ander, ook in mezelf. Ik heb in dat verband veel opgestoken van existentialistische filosofen, met name Levinas: je hebt de ander nodig als spiegel, om te worden wie je wilt zijn, om vrij te zijn. De ander leren kennen is dus essentieel, zeker in deze tijd, waarin veel mensen lijken opgesloten in het eigen ik, hun status en sociale bubbel. Ik kan me erg boos maken over de keiharde wereld waarin we leven. Ik wil graag mijn droom vertellen: een wereld waarin het er wat vriendelijker aan toegaat.”


Röttger noemt ‘Ik via de ander’ zijn meest persoonlijke project.

“Ik ben nog nooit zo dicht bij de spelers gekomen. Sommigen ken ik al vijfentwintig jaar, en tóch heb ik iets nieuws gehoord. Ook voor de spelers waren de interviews met verwanten vaak een verrassing. Wat ze zelf als mooi hadden ervaren, konden familieleden juist naar vinden, en omgekeerd .Elk huisje kent zijn kruisje, en vele huizen een heel groot kruis. Wat me ontroert is wat mensen allemaal hebben aangekund, hoe sterk ze zijn of hoe ze zich hebben geschikt in hun lot. Niet alles is maakbaar. Als je erg getraumatiseerd bent, heb je de energie niet meer om je leven te veranderen.”


De voorstelling start en eindigt met een gezamenlijke choreografie.

“Ik hoop”, zegt Röttger, “dat de bezoekers de laatste dans met andere ogen bekijken dan de eerste. In het begin kennen ze de spelers nog niet, en zullen ze de dans wellicht interpreteren op uiterlijkheden. Zo doen we dat vaak, nietwaar, oordelen op basis van louter de buitenkant. Maar aan het slot hebben de bezoekers kennisgemaakt met de acteurs, en zullen ze de dansers hopelijk zien als mens, die geluk kan hebben of ongeluk, failliet kan raken of depressief. Net als de bezoekers zelf.”